Wanneer de Franse météo een 'beau jour' voorspelt, betekent dat al snel 'bloedheet' voor mijn Noordeuropese gestel. Dat heb ik vandaag mogen ervaren. Eerst langs de rand van de kaart oostwaarts richting de kloof van de Sioule rivier. Niet over de GR, want ik slaag er niet in de juiste afslag bij La Chazotte te vinden. Bij Chartreuse sla ik rechtsaf de 'Gorge de la Sioule' in, en kan de dag beginnen . Prachtig pad: ideaal, vlak, schaduwrijk en de bochten van de rivier door de kloof volgend. Zo hoort wandelen altijd te zijn! Het mooiste wandelstukje van de afgelopen 40 dagen. Dan begint de zon te prikken. En het pad te stijgen. En daarmee neemt het afzien een aanvang. Op het heetst van de dag word ik voortdurend omhoog gestuurd over puinhellingen (losse stenen, grind) zodat mijn reservetankjes al snel de bodem bereiken. Gelukkig kan ik soms water putten uit de stroompjes die ik oversteek. Bij Les Barras zit het klimwerk erop, maar niet het vals plat. Ik moet tot het uiterste gaan (fysiek en mentaal) om weer een langzaam klimmend pad te overwinnen. Te vaak 'val ik neer' niet eens van vermoeidheid, maar van ontgoocheling: wanneer houdt dit op? Bij het bereiken van de volgende camping natuurlijk. Even liggen, een frisse douche: dan is alles weer vergeten.
Op de uitvalsweg van Bourges naar het zuiden (de D73 die ik de hele dag zal volgen) word ik tijdens mijn eerste pauze (in een bushokje) aangesproken door een voorbijkomende oudere man in wielrenuitrusting die wel zin heeft in een praatje. Hij veronderstelt dat ik een 'pelerin' op weg naar Compostela ben. In mijn beste Frans, dat nog wel wat schaafwerk vermag, vertel ik hem over mijn route, die van Duinkerken naar Barcelona. 'Wanneer ben je vertokken?' 'Hoe overnacht je?' 'Welke nationaliteit heb je?' Waarna hij goed op de hoogte blijkt van de crisis in Den Haag (je kunt ook nooit op reis, of...) en de extremistische regering die gevallen is. Ik zeg dat ik blij ben met verkiezingen! Dan de D73 en een blaar die ruim 6uur mijn gedachten bepalen. In Chateauneuf (b)lijkt de camping weer dicht... Maar de juffrouw van het Point Accueil (een soort VVV) vindt dat ik best mijn tent mag neerzetten, en stuurt een mail naar de beheerder, die even later langskomt en er heeeeel anders overdenkt. Ik word gedoogd voor één nacht, en dan is het wegwezen! Mooi, denk ik, dat was precies mijn plan.
Zit nu in een klein dorpje Miremont, in een winkeltje met internet!
De eerste verkiezingsbelofte van de nieuwe president is inmiddels uitgekomen. Het weer verbetert, de zon laat zich wat vaker zien: le changement, c'est maintenant!
Een paar dagen geleden zag ik aan de horizon de besneeuwde toppen van het Massif Central. Een mooi gezicht, maar toch ook problematisch, want mijn route de komende 2 weken voert dwars door het gebergte over de hoogste toppen en passen. Hopelijk zijn de passen sneeuwvrij, anders zal ik mijn route moeten verleggen.
De hoop op een spannend landschap, een spannend Frankrijk verschuift met de dag naar het zuiden: als ik Parijs maar voorbij ben; bij de Loire gaat het beginnen. En nu: hopelijk wordt na Bourges alles anders. Om eerlijk te zijn: de nachten zijn niet steenkoud meer, de regen valt nog wel, maar vooral 's nachts, zodat ik overdag een aangenaam wandelklimaat heb: bewolkt, niet te warm, en zelfs vandaag de wind niet meer uit het frisse zuidwesten. Echter, ik kan geen leuke wandelpaden vinden door de privé-landgoederen van de Sologne. Ik word voortdurend geconfronteerd met rode verbodsborden met 'acces interdit' en 'proprieté privée'. Verboden toegang op z'n Nederlands. Ik weet niet veel van geschiedenis, maar volgens mij wordt het tijd dat in dit land eens een grote volksopstand plaatsvindt, een revolutie waarbij de eigendommen van de grootgrondbezitters in de handen van het volk komen....
Dus rest mij de berm van de kaarsrechte D-wegen. Wel snel, maar niet bijzonder aangenaam. Zo ook vandaag: dom doorstappen via Presly en Méri es Bois, naar St-Martin. Een silo die meer weg heeft van een lanceerinstallatie en een oversteekplaats die met een snelheid van 70km/uur genaderd mag worden, zijn de enige, relatief merkwaardige hoogtepunten van de dag. Een camping in St-Martin. Opnieuw een 'municipal' (gemeentecamping). Spotgoedkoop en plaats genoeg tijdens dit bizarre Franse voorseizoen.
Eerst maar uitslapen en wachten tot de zon je uit je tent/slaapzak brandt. Geintje... het is vandaag weer een grijze buiige dag, dus maar goed dat ik niet weer in de berm van een onbeduidende D-weg wandel. Opstaan, ontbijten en over de brug (van de Loire) naar Sully-sur-Loire. Waar is de supermarkt? Het eerst vind ik het kasteel (niet te missen), daarna het Office de Tourisme, waar de dame van dienst geheel in de war raakt van mijn vragen naar campings buiten haar regio, en het feit dat ze om 12uur dicht moet vanwege de lunch. Rare meisjes, die Françaises... Ze geeft me het telefoonnummer van een hotel in Argent-sur-Sauldre. Zo heb ik haar toch nog een beetje geholpen...
Vervolgens lunch op kosten van mijn ICT-collega's ( ze hebben me voor elke maand een lunchbon meegegeven). Dank daarvoor. In een typisch Frans restaurantje waar de stamgasten vroeg in de middag van hun 'aperatiefje' genieten. Een enigszins verplicht bezoek aan het chateau volgt - toch de moeite waard. Dan terug de brug over, terug naar de camping. Na bestudering van de route voor morgen, besluit ik toch maar het hotel in Argent te nemen. Ik reserveer telefonisch, met het meegekregen nummer. Helpt die rare Française mij toch ook een beetje!
Zoals jullie al gemerkt zullen hebben, ben ik er niet in geslaagd om de 2e ronde van de presidentsverkiezingen te halen, ondanks een intensieve campagne, met name in de noordelijke departementen. Wellicht dat het incident met het kamermeisje, waarover ik nog niet verteld heb, een rol heeft gespeeld...
Thema van mijn campagne was het teruggeven van Frankrijk aan de Fransen. Uitgangspunt was het idee dat Frankrijk het centrum van de wereld is. Iets wat de gemiddelde Fransman toch zou moeten aanspreken. Wat denken die ongekozen technocraten in Greenwich wel? Dat zij voor de Fransen bepalen hoe zij tijd en ruimte moeten bepalen?
Zelfs het hoogtepunt van mijn campagne, de Bestorming van het Observatorium heeft, ondanks het grote succes, maar weinig pers gekregen.
Voorlopig blijft hier dus alles bij het oude. Ik zal echter doorgaan met het doorkruisen van het land van noord naar zuid en steun proberen te verwerven voor mijn programma. Tot het moment dat mijn strijdlied wel gehoor zal vinden:
Allons aux bars de la patrie, le jour de boire est arrivé!
De juffouw van de camping had gisteren al bevestigd dat het paadje achter de camping betrouwbaar is. Dat bespaart me mooi 2km richting Longueville. Ik ben echter niet zo overmoedig dat ik ook het pad door 'le Bois de Misery' al aandurf. Dat lijkt me de goden verzoeken. Dus maar verder over het asfalt, wel zoveel mogelijk de 'witte' binnenweggetjes opzoeken, zodat er ontspannen gewandeld kan worden. Door het groene dal van de Essonne nader ik Malesherbes over een rood-wit gemarkeerde GR (Grande Randonnée) Eindelijk een echt wandelpad! Maar waar is de camping, die de bekroning van een mooie dag had moeten worden? Ik loop de locatie voorbij, nader nog eens van de andere kant, maar vind slechts een bouwterrein: camping fermé. Even slikken (=vloeken) dan de vervolgopdracht aanvaarden: onderdak vinden in Malesherbes. Geholpen door het Office de Tourisme check ik even later in in het 'Ecu de France' hotel, drie sterren meer dan een niet-bestaande camping. Zo heeft elk nadeel z'n voordeel.
Na Parijs zijn alle batterijen weer letterlijk en figuurlijk opgeladen. Dus verder vol goede moed en vol energie. Dat wordt vooralsnog niet beloond met spannend wandelgenot. Eerst natuurlijk nog de stad uit, kilometerslang langs de N20, zo'n beetje de enige niet-snelweg ten zuiden van Parijs. Wel druk verkeer, maar altijd een trottoir of fietspad ernaast. De voorbereiding met Google-streetview werpt z'n vruchten af. Toch is het dorpje Longjumeau-Sud mij te machtig. Ik verdwaal volkomen in een bloemkoolachtig nieuwbouwwijkje, en ben genoodzaakt tot een volledige terugtocht (en dus nederlaag) Het dorp uit en langs de N20 dan maar verder. Zo wordt Villiers-sur-Orge bereikt. De campingbaas vindt dat het Oostenrijkse stel met auto en caravan dat nà mij binnenkomt eerst geholpen moet worden (en dus niet de vermoeide wandelaar met 25km in de benen). Rare jongens, die Fransen... Net voor een dikke bui de tent overeind. Met geduld en aandacht rits ik de tent dicht voor weer een koude nacht...